Lijfrente

lijfrente

Lijfrente en de looptijd

Het uitkeren van een lijfrente is afhankelijk van ‘het lijf’, ofwel: de vraag of de persoon waar het om gaat nog in leven is. Als er geen andere grens aan de looptijd van de uitkeringen gesteld wordt, spreken we van een levenslange lijfrente. De uitkeringen blijven doorgaan tot u komt te overlijden.

Lijfrente voorbeeld
U bent 65 en heeft een beperkt pensioen. Gelukkig heeft u in het verleden koopsompolissen afgesloten. Met het geld dat in die polissen is opgebouwd, koopt u nu een lijfrente aan bij een verzekeringsmaatschappij. U kiest voor een levenslange lijfrente. De verzekerde, dat bent u zelf. Als u 100 wordt, keert de lijfrente 35 jaar lang elke maand het afgesproken bedrag uit. Komt u op uw 68e te overlijden, dan stopt de lijfrente al na 3 jaar met uitkeren.

Tijdelijke lijfrente

Een lijfrente hoeft niet levenslang te zijn. U kunt ook een tijdelijke lijfrente afsluiten. Dan spreekt u af dat de lijfrente een aantal jaren uitkeert. Vaak wordt hiervoor gekozen door mensen die verwachten in de eerste jaren van hun pensionering meer geld nodig te hebben dan daarna. Omdat er minder lang uitbetaald hoeft te worden, is het bedrag per periode bij een tijdelijke lijfrente hoger dan bij een levenslange lijfrente.

Voorbeeld lijfrente
U heeft mooie plannen voor als u met pensioen gaat. Eindelijk heeft u dan de tijd en de vrijheid om de wereld rond te reizen. Daarvoor heeft u extra geld nodig, bovenop de AOW en het pensioen dat u gaat ontvangen. U verwacht dat u na vijf jaar wel klaar zult zijn met het reizen, en rustiger aan wilt doen. Daarom sluit u een tijdelijke lijfrente af voor vijf jaar. Deze keert vijf jaar lang uit en stopt daarna. U ontvangt dan per maand méér dan bij een levenslange lijfrente. Komt u na twee jaar te overlijden, dan stoppen de uitbetalingen.

Levenslange lijfrente

Overigens is een levenslange lijfrente bij een bank niet mogelijk. Dan zou het immers verzekeren worden: er is dan een kans op nadeel en een kans op voordeel voor de verzekeraar. Dus ook voor de klant. Bij een bancaire lijfrente betekent levenslang dat er een looptijd is afgesproken van minimaal 20 jaar vanaf de 65-jarige leeftijd.

Lijfrenten voorbeeld
U bent 60 jaar en wilt eerder stoppen met werken. U heeft een behoorlijk lijfrentekapitaal opgebouwd. Daarmee wilt u een periodieke uitkering aankopen die uw inkomen tijdens uw oudedag aanvult. De lijfrente gaat meteen in, en u kiest voor een bancaire lijfrente. De minimale looptijd is nu 25 jaar, namelijk 20 jaar nadat u 65 wordt. De lijfrente keert uit tot uw 85e. Als u 100 wordt, heeft u de inkomensaanvulling de laatste 15 jaar niet meer.