Globaal is de werking van de WIA (wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) als volgt:
De eerste twee jaar van ziekte is de werkgever verantwoordelijk voor reïntegratie en loondoorbetaling van de (zieke) werknemer. De werknemer dient zich (aantoonbaar) voldoende in te zetten om terugkeer naar de werkvloer mogelijk te maken.
Na twee jaar keurt het UWV de zieke werknemer
De mate van arbeids(on)geschiktheid hangt af van het loonverlies (dus niet wat men nog wel of niet kan). Het loonverlies is het verschil tussen het oude inkomen en wat men theoretisch nog kan verdienen
Lijdt men minder dan 35% loonverlies dan blijft men in principe in dienst bij de werkgever
Wie meer dan 35% maar minder dan 80% krijgt in eerste instantie een loongerelateerde uitkering. Hoe lang men deze uitkering krijgt hangt of van het arbeidsverleden. Hierop aansluitend krijgt men een loonaanvulling als men voldoende werkt en in het geval dat men niet of onvoldoende werkt een vervolguitkering. Hoofdregel hierbij is: hoe meer men werkt hoe hoger het inkomen is.
Lijdt men meer dan 80% loonverlies dan krijgt men een loongerelateerde uitkering zijnde 70% van het laatste loon