Wetgeving ontslagEr zijn hele boeken volgeschreven over de Nederlandse wetgeving rond het ontslag. Die wetgeving is dus allesbehalve simpel. In elk geval hebben bijna alle werknemers een zekere mate van ontslagbescherming. De uitzondering is de werknemer die in zijn proeftijd zit. Die kan op ieder moment ontslagen worden. Werknemers met een tijdelijk arbeidscontract kunnen ontslagen worden als het contract afloopt, maar als ze tussentijds ontslagen worden, genieten ze dezelfde mate van bescherming als mensen met een vaste aanstelling. Ze kunnen alleen ontslagen worden:
Sommige groepen werknemers genieten een speciale bescherming:
De zwangere werkneemster mag ook niet ontslagen worden bij een reorganisatie; alle anderen wel. De wetgeving schrijft ook vaste procedures voor bij ontslag. De werkgever kan:
De werkgever moet de ene of de andere procedure kiezen. Allebei tegelijk kan niet. Het CWI handelt de hele ontslagprocedure schriftelijk af; de kantonrechter nodigt de partijen uit om mondeling hun standpunt toe te lichten. In elk geval moet de werknemer die ontslagen dreigt te worden, altijd de kans krijgen zijn kijk op de zaak te geven. Zowel het CWI als de kantonrechter bekijkt of de omstandigheden het ontslag wel rechtvaardigen. De kantonrechter oordeelt ook nog over een eventuele gouden handdruk voor de medewerker als het ontslag onvermijdelijk is. De ontslagbescherming houdt op als de medewerker zich schuldig maakt aan ernstig wangedrag. Dan mag de werkgever hem op staande voet ontslaan. Ook dan mag hij echter naar de kantonrechter om zijn ontslag aan te vechten. In de Haagse politiek is momenteel veel discussie over de wetgeving rond het ontslag. Moet het niet gemakkelijker worden om iemand te ontslaan? Kan de gouden handdruk die de kantonrechter meegeeft niet omlaag? Als er inderdaad iets verandert, zullen wij dat melden. |
|